Mijn werk zou mensen moeten raken op een voor hen herkenbaar en toegankelijk niveau zonder dat er enige uitleg vereist wordt.
De beste manier om dit te bereiken is het gebruik van emoties in houdingen en uitdrukkingen.
Om deze reden zijn mijn werken altijd figuratief en bevatten ze een bepaalde spanning, als een vibrerend aura dat begrepen wenst te worden.
De beelden zijn nooit frontaal. Ze draaien hun hoofd en kijken apathisch, sensueel, verbaasd of krampachtig naar iets wat onzichtbaar blijft voor het publiek.
Hierin ligt de betekenisgeving van het werk.
Er wordt een inspanning van de toeschouwer verwacht om de emotie op zichzelf te projecteren en er een persoonlijke betekenis en zin aan te geven.

Techniek, ambacht en materiaal zijn begrippen waar ik veel waarde aan hecht.
Ik grijp terug naar oude technieken omdat ik van mening ben dat de oorspronkelijke beeldhouwkunst haar charmes en zeggingskracht niet verloren heeft.
Een Rodin of Camille Claudel is vandaag de dag nog even imposant als toen.
Dit is niet alleen te danken aan de verbeelding en werkwijze van de kunstenaar, maar ook aan het materiaal an sich. Elk materiaal heeft andere eigenschappen, zowel in de bewerking als het resultaat.
Boetseren; kappen; gieten; opzetten; afwerken, elke handeling heeft zijn eigen specifieke aandacht nodig en resulteert in een ander textuur; een andere vorm; een ander beeld; een andere beleving.
De hand of de toets van de kunstenaar is altijd in het beeld ingesloten.
Voor mij is het meditatieve van het doen zelfs bijna waardevoller dan de essentie of houding van het eindproduct.

Hedendaagse kunstenaars die mij inspireren en die ook op een ambachtelijke wijze én met eerlijke materialen werken zijn Javier Marín, Eddy Roos, Bruno Walpoth en Cristina Córdova.
Deze kunstenaars weten als geen ander was, hout, keramiek, lood en brons te vormen zodat er een unieke sfeer ontstaat.
Hun techniek is bijna als die van de oude meesters en die vereist discipline en doorzettingsvermogen.
Gedurende lange tijd werd dit soort realistische kunst niet serieus genomen. Nu begint daar gelukkig verandering in te komen.

Het uitgebeelde is niet zozeer een weerspiegeling van mijn eigen beleving, maar eerder die van de wereld om mij heen.
Ik werk veel met modellen die ik in een positie zet die niet altijd alledaags is.
De menselijke anatomie heeft een schoonheid die ik ten volste wil benutten.
Elke spier spant op een andere manier; elk gewricht heeft zijn eigen vrijheid en is tevens beperkt in zijn beweging.
Dit samen zorgt voor een eindeloos aantal combinaties van poses en bijbehorende emoties.
De gevoeligheid zou van het beeld af moeten spatten en soms is de zoektocht naar de perfecte uitbeelding zwaar. De klei of het marmer plooit zich immers minder gemakkelijk dan het menselijk lichaam.

In mijn latere werk ben ik vaker op zoek naar een achterliggende gedachte.
Dit hoeft de toeschouwer nooit letterlijk te kunnen lezen, maar ik wil vooral voor mezelf een gegeven koppelen aan een pose.
Apollo’s Frustration gaat bijvoorbeeld over het tenenkrullende feit dat pure ambacht en vooral pure schoonheid door veel critici niet meer naar waarde wordt geschat en met een belerende vinger naar het verdomhoekje van kitsch wordt gestuurd.
Gelukkig staat de kunstwereld, zoals eerder vermeld, steeds toleranter tegenover de schoonheid van het ambacht.
Ik trek me van dit alles niets aan. De functie van mijn werken is het streven naar bevrediging van de persoonlijke artisticiteit en aspiraties.

Thea van Herpt